**1..** Raadsleden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden ter grootte van 100% van het ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden maximaal toegelaten bedrag.
**2..** Raadsleden ontvangen een vaste onkostenvergoeding ter grootte van 100% van het ingevolge artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden maximaal toegelaten bedrag.
**3..** Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
**4..** De vergoedingen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden in maandelijkse termijnen betaald en overgemaakt op een door het raadslid schriftelijk aan de griffier op te geven post- of bankrekeningnummer.
**5..** De vaste vergoeding en de onkostenvergoeding vangen aan met ingang van de dag van beëdiging van het raadslid.
**6..** De vaste vergoeding en de onkostenvergoeding eindigen op het tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap.
Paragraaf 2.
Artikel 3.
Artikel 3.
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010