**1..** Burgemeester en wethouders kunnen besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van bijstand af te zien, indien:
te voorzien is dat een schuldenregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en
de vorderingen van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
fraudeschulden die meer dan € 6.000 bedragen;
de terugvordering van bijstand als gevolg van meervoudig frauduleus handelen van de belanghebbende;
vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.
**3..** Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien:
niet binnen 6 maanden nadat het besluit is bekendgemaakt, een schuldenregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid;
de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldenregeling voldoet; of
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.