Naar hoofdinhoud
1. De Monumentencommissie bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden, inclusief de voorzitter. 2. In de Monumentencommissie dient deskundigheid vertegenwoordigd te zijn in kennis en aantoonbare vaardigheden op het gebied van: · Architectuurgeschiedenis (Verplicht) · Restauratiearchitectuur en bouwkunde (Verplicht) · Bouwgeschiedenis (Verplicht) · Stedenbouw(geschiedenis) (Verplicht) · Geschiedenis van de stad en/of platteland (verplicht) · Archeologiegeschiedenis (verplicht met ingang van besluitvorming omtrent het wettelijk kader in relatie tot Verdrag v. Malta i.r.t. Monumentenwet) · Kunstgeschiedenis (Wenselijk) · Bestuurlijke/juridische ervaring (Wenselijk) 3. Van de leden van de Monumentencommissie wordt verwacht dat zij betrokken zijn bij het inhoudelijk werk van en/of prestaties hebben geleverd in het kader van de taakstelling van de Monumentencommissie en zo mogelijk een band met dan wel kennis over de gemeente Geertruidenberg hebben. 4. De voorzitter is: - tot het moment dat met betrekking tot een "Integrale Monumenten- en Welstandscommissie" nadere besluitvorming plaatsvindt in relatie tot het "Welstandsbeleid van gemeente Geertruidenberg" als uitvoeringsmaatregel van de nader door het Rijk vast te stellen "Herziene Woningwet" een nader aan te wij- zen lid van de commissie die vanwege de noodzakelijke continuiteit gedurende het jaar het meest vertegenwoordigd is; - vanaf het moment dat met betrekking tot een "Integrale Monumenten- en Welstandscommissie" nadere besluitvorming heeft plaatsgevonden in relatie tot het "Welstandsbeleid van gemeente Geertruidenberg" als uitvoeringsmaatregel van de nader door het Rijk vast te stellen "Herziene Woningwet" het lid van het college van burgemeester en wethouders die de zorg voor de monumentenzorg en de archeologie in portefeuille heeft en geen stemrecht heeft. 5. De Monumentencommissie wordt bijgestaan door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen secretaris die geen lid is en geen stemrecht heeft, zijnde de ambtenaar Monumentenzorg. 6. De Monumentencommissie en haar voorzitter zijn bevoegd om ambtenaren, adviseurs en/of deskundigen te horen en/of in te schakelen, echter met dien verstande, dat toestemming van burgemeester en wethouders nodig is indien aan het horen of inschakelen van adviseurs en/of deskundigen kosten voor de gemeente verbonden zijn.

Rechtspraak bij dit artikel