Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Verantwoording en controle

Onderdeel van Verordening op de fractieondersteuning 2006

1.. Elke fractie legt, binnen twee maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag/verantwoording overeenkomstig het model als bedoeld in het vijfde lid. Dit verslag/verantwoording omvat in ieder geval de onder het derde lid genoemde onderdelen. 2.. Controle van het verslag/verantwoording vindt plaats door de accountant, belast met de controle van de jaarrekening. De accountant controleert of de bestedingen in overeenstemming hebben plaatsgevonden met deze verordening en meldt zijn bevindingen aan de raad. 3.. Fracties zijn verplicht alle medewerking te geven aan het onderzoek van de accountant en op diens verzoek alle bewijsstukken te verstrekken en overleggen betreffende de bestedingen van de bijdrage voor fractieondersteuning. 4.. De raad stelt na ontvangst van de bevindingen van de accountant de totaalbedragen vast van: De vergoedingen aan een fractie die in het vorige kalenderjaar zijn uitgekeerd; De wijziging van de reserve De resterende reserve De verrekening tussen de in onderdeel a genoemde vergoedingen en het ontvangen voorschot en, voorzover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten en reserves. 5.. De fracties dienen voor het in het eerste lid bedoelde verslag/verantwoording gebruik te maken van het bij deze verordening en als zodanig gewaarmerkte model.

Rechtspraak bij dit artikel