Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Eenmalige eigen bijdrage

Onderdeel van Verstrekkingenboek Maatschappelijke Ondersteuning 2009, Beleidsregel

In twee gevallen wordt er een eenmalige bijdrage gevraagd. Namelijk voor woningaanpassingen van meer dan € 7.000,- en bij het verstrekken van een vervoersvoorziening, zijnde een scootmobiel, driewielfiets of fiets in bijzondere uitvoering. Dit geldt voor personen met een inkomen vanaf 120% van het voor hen geldend sociaal minimum, de zogenaamde tussenvariant. Voor deze eenmalige bijdragen geldt dat de gemeente aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK) doorgeeft dat de eigen bijdrage over 13 perioden van 4 weken vastgesteld en geïnd moet worden, gerekend vanaf de 4-weekse periode waarin het besluit van de gemeente tot woningaanpassing is genomen. Woningvoorzieningen boven de € 7.000,-: Bij woningvoorzieningen boven de € 7.000,- wordt eenmalig een eigen aandeel gevraagd. Het eigen aandeel is gekoppeld aan het norminkomen. Het is vastgesteld op een eenmalige bijdrage van € 500,-. Scootmobiel, driewielfiets of fiets in bijzondere uitvoering: De eigen bijdrage voor een scootmobiel, driewielfiets of fiets in bijzondere uitvoering bedraagt eenmalig € 345,-. De eigen bijdrage wordt gevraagd omdat men met het verstrekken van de vervoersvoorziening de aanschaf van een eigen fiets uitspaart. De technische levensduur van een scootmobiel, driewielfiets of fiets in bijzondere uitvoering is zeven jaar. Daarom geldt deze eenmalige eigen bijdrage van € 345,- voor een periode van 7 jaar, gerekend vanaf de datum van het besluit van de gemeente tot het verstrekken van de gevraagde voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel