Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3

Aanspraak op rolstoelvoorzieningen

Onderdeel van Verstrekkingenboek Maatschappelijke Ondersteuning 2009, Beleidsregel

Rolstoel in natura en pgb De algemene rolstoelvoorziening zal een deel van de groep adequaat kunnen bedienen. Voor hen die (veel) vaker, met name dagelijks, een rolstoel nodig hebben voor verplaatsing in en rond de woning kan op basis van het gestelde in artikel 28, lid 2 van de verordening een rolstoel toegekend worden. Dit kan ingevolge artikel 27 van de genoemde verordening, aanhef en onder b en c als voorziening in natura en als persoonsgebonden budget. Via een medisch onderzoek zal bepaald worden of er een indicatie is voor een rolstoel en zo ja, in welke vorm. Daarbij is de wens van de aanvrager bepalend en zal een persoonsgebonden budget uitsluitend geweigerd worden als daarvan sprake is op basis van artikel 3 van de verordening en artikel 1.2 van het Besluit . Sportrolstoel Tot slot is het mogelijk een sportrolstoel aan te vragen. Deze wordt bovenwettelijk verstrekt. Hiervoor is gekozen omdat de laatste jaren er een steeds actiever regionaal beleid wordt gevoerd ten aanzien van gehandicapte sporters. Voor een sportrolstoel komt men ingevolge artikel 28, lid 3 van de verordening in aanmerking als sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk is door aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek. Dit om het ook mogelijk te maken aan niet-rolstoelgebruikers via een sportrolstoel aan sport te kunnen doen. Het gebruik van een sportrolstoel voor teamsporten is helder. Daarnaast zijn er ook individuele sporten (marathon bijvoorbeeld) waar men een sportrolstoel voor aan zal vragen. Recreatieve activiteiten worden niet onder sport gerekend. De aanvraag voor een sportrolstoel om in de natuur te zijn zal dan ook afgewezen worden. Om deze reden wordt wel de eis gesteld dat men actief lid is van een gehandicaptensportvereniging. Bij veel gehandicaptensportvereniging bestaat de mogelijkheid om een sportrolstoel te lenen om uit te proberen of om te kijken of een bepaalde sport die aantrekkelijk lijkt ook bij iemand past. Dit gebeurt om te voorkomen dat een aangeschafte rolstoel uiteindelijk niet of nauwelijks gebruikt wordt. Een sportrolstoel wordt uitsluitend als persoonsgebonden budget verstrekt. Dit betreft een periode van drie jaar. In het bedrag is een deel als bijdrage in de aanschaf van een sportrolstoel bedoeld en een deel voor onderhoud. In uitzonderlijke situaties, waarin bijvoorbeeld een elektrische rolstoel noodzakelijk is voor sport, kan met behulp van een beroep op de hardheidsclausule een hoger bedrag worden verstrekt. Dat zal mogelijk zijn als het inkomen de aanschaf van een elektrische sportrolstoel met een persoonsgebonden budget niet mogelijk maakt. Een uitgebreide individuele beoordeling is hiervoor noodzakelijk. Wanneer een gehandicapte, na een medische indicatie, in plaats van een sportrolstoel een sportprothese of een duurdere professionele topsportrolstoel wil aanschaffen kan de forfaitaire vergoeding verstrekt worden voor een sportrolstoel. De gehandicapte sporter kan dan zelf het verschil eventueel met behulp van een sponsor bijleggen. Met andere woorden wanneer iemand in aanmerking komt voor een voorziening in de vorm van een sportrolstoel en hij of zij liever een duurdere voorziening wenst dan de voor hem of haar goedkoopst adequate voorziening dan zal deze keuze zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Deze verstrekkingsvorm dient ook doorgetrokken te worden ten aanzien van het gebruik van bijvoorbeeld een sportprothese of een aangepast zadel. Iemand die op grond van zijn handicap in aanmerking zou komen voor een sportrolstoel, maar daar op grond van het beoefenen van een andere sport, waarvoor geen sportrolstoel nodig is, geen gebruik van kan maken, kan wel in aanmerking komen voor de hiervoor geldende forfaitaire vergoeding gelijk aan die van een sportrolstoel. In het verlengde van dit standpunt krijgt ook iemand die een professionele sportrolstoel wil aanschaffen een zelfde forfaitaire vergoeding, waarna eventueel met hulp van een sponsor het restant bijgelegd wordt. In principe kan men hier dan ook spreken van een zogenaamd persoonsgebonden sportbudget. Echter dit sportbudget is gelimiteerd tot een vastgesteld forfaitair bedrag. Dat dit bedrag niet altijd toereikend is, is bekend, maar het moet gezien worden als een handreiking naar de sporter om de gevraagde voorziening aan te kunnen schaffen. De topsporter kan om de kosten van aanschaf te drukken eventueel een beroep doen op sponsoring. Door het toekennen van dit soort aanvragen en het aanpassen van het gemeentelijke beleid ontstaat er een rechtsgelijkheid voor iedere (gehandicapte) sporter. Dit ongeacht de sport die beoefend wordt. Aanspraak op rolstoelvoorzieningen door AWBZ-bewoners Bewoners van AWBZ-instellingen die ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen is erkend komen, ingevolge artikel 29 van de Verordening, slechts voor een rolstoel in aanmerking indien zij vanuit de AWBZ geen rolstoel krijgen. Hiervan zal sprake zijn als artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ van toepassing is. Artikel 15 Bza luidt: “1.Voor zover gepaard gaande met verblijf in dezelfde instelling, omvat de zorg, bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14, tevens: geneeskundige zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg; farmaceutische zorg; hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg; tandheelkundige zorg; kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling; het individueel gebruik van een rolstoel. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, aanhef, omvat niet het verkrijgen van onderwijs, kleedgeld en zakgeld.” En de zorg als bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14 bestaat uit: de functie behandeling, ziekenhuiszorg en revalidatiezorg. Dat betekent dat de combinatie verblijf en behandeling, ontvangen in dezelfde instelling, het verblijf in een ziekenhuis en het verblijf in een revalidatiecentrum redenen zijn om een rolstoel uit de AWBZ te ontvangen. Wie in een ziekenhuis of revalidatiecentrum bezig is terug te gaan naar huis zal uiteraard een rolstoel aanvragen in het kader van de Wmo. Door ontwikkelingen als extramuralisering zijn er steeds meer voorzieningen ontstaan waarbij het niet zonder meer duidelijk is of er sprake is van een toegelaten instelling. In die situatie zal moeten worden nagegaan of op betrokken persoon één of meer facetten van de werking van artikel 15 Besluit zorgaanspraken van toepassing is. Hiernaar kan geïnformeerd worden bij de zorgaanbieder of bij het zorgkantoor.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel