Ter bepaling van de draagkracht wordt in aanmerking genomen:
Het gehele eigen vermogen voor zover dit te bovengaat het bescheiden vermogen, het in de eigen woning vrijgelaten vermogen dan wel de toepasselijke vrijlating voor de reservering voor begrafeniskosten.
Een gedeelte van 35% van het in artikel 1 onder d genoemde inkomen waarmee de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de woonkostentoeslag wordt overschreden.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke richtlijnen ter uitvoering van de bijzondere bijstand 2009