Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Tijdstip van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2012

1.. Het in artikel 3, lid 3 bedoelde marktgeld dient te worden voldaan op het moment van aanbieding van de nota of andere schriftuur. 2.. Het in artikel 4, lid 1 bedoelde marktgeld moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3.. In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 60,- dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijn waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.. In gevallen bedoeld in het tweede lid, geldt in afwijking in zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel