Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 1

Artikel 6.1.1

Vergunning gebruik bouwwerk

Onderdeel van Bouwverordening Gemeente Hoorn 2004

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin: meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een één- of meergezinshuis; bedrijfsmatig de stoffen zullen worden opgeslagen die in de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn omschreven als brandbaar, brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend; aan meer dan vier personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft; aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan vijf lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft. aan meer dan vier personen woonverblijf zal worden verschaft, anders dan in huishouden per woning (bijvoorbeeld kamerverhuurbedrijven); een brandbeveiligingsinstallatie zoals gesteld in het boek "brandbeveiligingsinstallaties" (uigave Nederlandse vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding) is aangebracht; een oplossing op basis van "gelijkwaardigheid" (art. 21, 193 Bouwbesluit 1992; art 1.5 BB 2002 ) met betrekking tot veiligheid gekozen is. brandcompartimenten zijn opgenomen waarvan de afmetingen zijn bepaald met toepassing van het Brandveiligheidsconcept: "Beheersbaarheid van brand". 2.. Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning slechts voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. Hieronder worden begrepen voorwaarden met betrekking tot: stoffering en versiering; uitgangen en vluchtwegen; installaties; standbouw, podia, kramen e.d.; verbrandingsmotoren; verbod voor open vuur en vuurwerk; bewaking en controle; ventilatie en werkzaamheden; brandbare , brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen; opstellingsplannen; afval; doorlopend toezicht; brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan uitgaande van de bestaande interne organisatie; het maximaal toelaatbare aantal personen in een ruimte van een gebouw of in een gebouw met het oog op de brandveiligheid; de plaats van, alsmede het aantal en het type draagbare blustoestellen en/of minihaspels de plaats , alsmede het aantal en het type draagbare blustoestellen en/of minihaspels. 3.. Indien voor het object een bereikbaarheidskaart, aanvalsplan etc. noodzakelijk is de gebruiker, beheerder alle gegevens verschaft die noodzakelijk zijn voor het maken van een aanvalsplan op verzoek van de brandweer commandant. 4.. Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken. 5.. In verband met de brandveiligheid kan de commandant van de brandweer Hoorn bepalen dat tijdens voor openingsuren een wachtdienst, een bedrijfshulpverleningdienst moet worden ingesteld waaraan prestatie eisen gesteld kunnen worden. Deze bewaking dient te geschieden door gediplomeerd en ter zake geïnstrueerd personeel. 6.. De rechthebbende op het bouwwerk moet in overleg met de commandant van de brandweer een brandveiligheidsinstructie samenstellen ten behoeve van het personeel. De instructie ‘Hoe te handelen bij brand’ dient in overleg met de commandant van de brandweer Hoorn te zijn opgehangen. Het personeel dient geïnstrueerd te worden in de voor hun functie geldende brandveiligheidsinstructies. De rechthebbende op het bouwwerk moet in overleg met de commandant van de brandweer een ontruimingsplan opstellen ten behoeve van de in het bouwwerk aanwezige personen. 7.. Het communicatiesysteem van de hulpdiensten (C2000) dient in het gehele gebouw goed te functioneren. Indien het functioneren wordt verstoord, bij voorbeeld door de constructieve eigenschappen, aanwezige elektronische apparatuur of anderszins, voorziet de gebruiker in een (technische) voorziening die het optimaal functioneren van de communicatieapparatuur in het gebouw waarborgt. 8.. De organisatie dient voor een adequate bedrijfshulpverleningsorganisatie zorg te dragen, die zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag tenminste de volgende prestatie kan leveren: ontruiming van de brandruimte binnen 4 minuten na ontdekking en alarmering; ontruiming van het bedreigde gebied binnen 9 minuten na ontdekking en alarmering; beschikbaar hebben van een gidsploeg, bestaande uit twee separate bedrijfshulpverleners opgeleid voor het gebruik en voorzien van adembescherming op de met de brandweer overeengekomen locaties binnen 9 minuten na ontdekking en alarmering (theoretische aankomsttijd van de brandweer). Eén en ander op basis van het “Brandbeveiligingsconcept Gezondheidszorggebouwen” van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directie Brandweer en Rampenbestrijding, afdeling Preventiebeleid , Den Haag, december 1994. Bovenstaande dient aangetoond te worden middels een Organisatieplan Bedrijfshulpverlening en een uitruk- en oefenregistratie waarin de opkomsttijden worden geregistreerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel