**1..** Het is verboden de stoffen die in de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn omschreven als brandbaar, brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk.
**2..** Het in het voorgaande lid gestelde verbod geldt niet voor:
het voorhanden hebben voor huishoudelijk en alle ander niet-bedrijfsmatig gebruik van de in het eerste lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 aangegeven maximumhoeveelheden niet overschrijdt;
het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde stoffen in een bouwwerk waarvoor een vergunning overeenkomstig artikel 6.1.1 is verleend of wanneer de bedrijfsmatig opgeslagen hoeveelheid:
voor brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende vloeistoffen met een vlampunt onder de 21 graden Celsius de maximum hoeveelheid van 225 liter niet overschrijdt;
voor brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende vloeistoffen met een vlampunt tussen de 21 en 55 graden Celsius de maximum hoeveelheid van 400 liter niet overschrijdt;
voor brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende (tot vloeisof verdichte) gassen (onder druk) de maximum hoeveelheid van 110 liter niet overschrijdt;
voor brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende vloeistoffen de maximum hoeveelheid van 1 kilo niet overschrijdt.
de brandstof die niet in grotere hoeveelheden en niet op andere wijze is opgeslagen dan is voorgeschreven in bijlage 6, artikel 3.4;
de brandstof in het reservoir bij een verbrandingsmotor;
de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmteontwikkelend toestel.
**3..** Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden volledig meegerekend de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 2
Artikel 6.2.2
Verbod stoffen aanwezig te hebben
Onderdeel van Bouwverordening Gemeente Hoorn 2004