Indien door buitengewone omstandigheden zoals, mist, ijsgang, storm en dergelijke het Wijkse veer niet conform de vastgestelde vaartijden kan worden ingezet, verzorgt het onderafdelingshoofd of diens plaatsvervanger de dienstregeling. Uitgangspunt dient te zijn, dat de vaart zo lang mogelijk wordt onderhouden met dien verstande dat geen gevaar mag ontstaan voor de passagiers, bemanning, de veerpont en overige zich in het vaargebied bevindende vaartuigen.