Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.2.3.2.

Standplaatsvergunning en weigeringgronden

Onderdeel van Notitie standplaatsenbeleid v3

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand. Vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan Artikel 5.2.3.3. Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5.2.3.4. Afbakeningsbepalingen 1 Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement 2 De weigeringsgrond overlast geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer 3 de weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken Artikel 5.2.3.5 Aanhoudingsplicht Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Begripsbepaling In de huidige APV is onvoldoende duidelijk of het enkel om de publieke ruimte gaat, of dat het ook geldt voor private terreinen. Standplaatsen zijn aangewezen plekken in de publieke ruimte, die door het gemeentebestuur, waar ambulante handel onder voorwaarden mag worden gedreven. De zinsnede “publieke ruimte” zal aan de definitie worden toegevoegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel