**1.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20 % van de bijstandsnorm
per maand die voor de inburgeraar geldt of zou gelden als hij
belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
indien de inburgeraar of de persoon ten aanzien van wie het college
op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
in artikel 25, vierde lid, van de wet.
**2.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20 % van de bijstandsnorm
per maand die voor de inburgeraar geldt of zou gelden als hij
belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
indien de inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan
de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
in artikel 6 van deze verordening
**3.** De bestuurlijke boete bedraagt € 500,- indien de inburgeraar niet
binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of
binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid,
onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen
heeft behaald.
**4.** Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen bestuurlijke
boete opgelegd.
Hoofdstuk 5
Artikel 11
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Inburgering 2011