Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.3

Artikel 1.3

Onderdeel van Subsidieverordening stadsvernieuwing

1.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening steun toe te kennen. 2.. Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met steun die op grond van deze verordening of enige andere regeling is of kan worden toegekend. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van steun voorwaarden verbinden. 4.. Indien in deze verordening niet anders geregeld dient een aanvraag om geldelijke steun te bevatten: een gespecificeerde begroting van de kosten; indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders zulks nodig is, een werkomschrijving; de naam en adres van de aannemer(s); 5.. Indien in deze verordening niet anders geregeld vindt uitbetaling van een bijdrage plaats, nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens waaronder rekeningen en betalingsbewijzen; de onder a. bedoelde werkzaamheden en de daarop betrekking hebbende gegevens door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gekontroleerd en akkoord bevonden; 6.. Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van een aanvraag om geldelijke steun; 7.. Indien de aanvraag om geldelijke steun naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoet aan het bepaalde in dit artikel of aan het gestelde elders in deze verordening, doen zij daarvan binnen vier weken na ontvangst schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder vermelding van de nog te leveren gegevens en houden de behandeling van de aanvraag aan totdat de gevraagde gegevens zijn geleverd. 8.. Indien binnen vier weken na het verzenden van de mededeling bedoeld in het vorige lid de nog te leveren gegevens niet zijn verstrekt, nemen burgemeester en wethouders de aanvraag om geldelijke steun niet in behandeling. 9.. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag om geldelijke steun of na ontvangst van de gegevens bedoeld in lid 7. Zij kunnen besluiten hun beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken verdagen. 10.. Indien het beschikbare budget onvoldoende is om de aanvraag te honoreren, houden burgemeester en wethouders de aanvraag aan tot het volgende jaar. Een besluit tot aanhouding van een zelfde aanvraag kan slechts eenmaal genomen worden. 11.. Aanvragen worden met inachtneming van het bepaalde in lid 11 behandeld aan de hand van volgorden van binnenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel