Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Lening

Onderdeel van Verordening stimuleringsfonds volkshuisvesting 2001

1.. Een stimuleringslening wordt alleen toegekend voor plannen waarvan de goedgekeurde geraamde kosten € 1.500,-- (fl. 3.306) of meer bedragen. Dit bedrag geldt per woning of complex indien sprake is van een complexgewijze aanpak; 2.. Voor de in artikel 2 genoemde voorzieningen wordt geen lening verstrekt over dat deel waarvoor op grond van een andere regeling subsidie en/of een lening wordt verstrekt. Burgemeester en wethouder kunnen vrijstelling verlenen van deze bepaling indien de haalbaarheid van het plan dit wenselijk maakt; 3.. Burgemeester en wethouders informeren de aanvrager over de mogelijke toekenning van een stimuleringslening door middel van een toewijzingsbrief bijdrage Stimuleringsfonds Volkshuisvesting; 4.. In de toewijzingsbrief, zoals bedoeld onder lid 3, wordt zonodig vastgelegd: de goedgekeurde kosten; de maximale lening; de maximale looptijd; een vast rentepercentage voor de gemeentelijke stimuleringslening gedurende de gehele looptijd; de soort lening; of een advies van een Bemiddelend Orgaan is vereist; of een hypotheekvestiging vereist is; of een bouwkrediet kan worden verstrekt 5.. De Stichting Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten stelt vervolgens, op voorstel van de gemeente, de stimuleringslening vast en draagt, via een bouwkrediet, zorg voor de uitbetaling; 6.. Na uitvoering en gereedmelding van het plan stellen burgemeester en wethouders het leningsbedrag definitief vast; 7.. De definitieve lening zoals bedoeld in lid 5 bedraagt niet meer dat het voorlopig toegekende leningsbedrag zoals bedoeld in lid 3; 8.. Indien het definitieve leningsbedrag lager is dan de voorlopige toekenning, lost de leningnemer het verschil binnen 30 dagen na vaststelling van de lening af.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel