**1..** In de beleidskaders zoals bedoeld in artikel 7 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Een voorziening wordt alleen ingezet als zonder die voorziening het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het college niet mogelijk is.
**3..** Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die voorziening die beschikbaar, adequaat en toereikend is voor het doel dat met het traject beoogd wordt.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen:
**a..** indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, artikel 9 van de wet, artikel 37 van de IOAW/IOAZ niet nakomt;
**b..** indien de persoon die deelneemt aan de voorziening niet meer behoort tot de doelgroep van de wet, de IOAW of de IOAZ;
**c..** indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en hierdoor uitkerings-onafhankelijk wordt;
**d..** indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011