Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011

1.. In de beleidskaders zoals bedoeld in artikel 7 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Een voorziening wordt alleen ingezet als zonder die voorziening het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het college niet mogelijk is. 3.. Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die voorziening die beschikbaar, adequaat en toereikend is voor het doel dat met het traject beoogd wordt. 4.. Het college kan een voorziening beëindigen: a.. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, artikel 9 van de wet, artikel 37 van de IOAW/IOAZ niet nakomt; b.. indien de persoon die deelneemt aan de voorziening niet meer behoort tot de doelgroep van de wet, de IOAW of de IOAZ; c.. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en hierdoor uitkerings-onafhankelijk wordt; d.. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel