**1..** De verlaging:
zoals bedoeld in artikel 31 en artikel 32 van de wet bedraagt, 10 procent van de gehuwdennorm, indien de woning van de jongere(n) door één of meerdere anderen wordt bewoond en de woonkosten kunnen worden gedeeld;
zoals bedoeld in artikel 31 en artikel 32 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de bij de ouder(s) inwonende jongere(n);
zoals bedoeld in artikel 31 en artikel 32 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de niet bij de ouder(s) inwonende jongere(n), zonder woonkosten;
zoals bedoeld in artikel 31 en artikel 32 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm indien de woonkosten worden gedeeld met een derde die niet het hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als de jongere(n);
zoals bedoeld in artikel 33 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de schoolverlater(s);
zoals bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande jongere van 21 of 22 jaar;
**2..** Indien meer dan één van de bovengenoemde situaties, in combinatie met elkaar, tegelijkertijd van toepassing zijn, kan de gecumuleerde verlaging nooit meer bedragen dan 20 procent van de gehuwdennorm.
**3..** Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in dit artikel indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid.
HOOFDSTUK 3
Artikel 4
- Verlagingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren gemeente Tholen