Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Begripsomschrijving

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB 2011

1.. Begrippen die in deze verordening worden genoemd hebben dezelfde betekenis als omschreven in de Wet werk en bijstand, hierna te noemen als de wet. 2.. In aanvulling hierop wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van Delft belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. woning: een woning, woonwagen of woonschip. woonkosten indien een huurwoning wordt bewoond door de belanghebbende de per maand geldende huurprijs als bedoeld in de wet op de huurtoeslag; indien een koopwoning wordt bewoond de door de belanghebbende verschuldigde hypotheekrente, of premies ten behoeve van de financiering van de woning en/of de in verband met het in eigendom hebben van de woning de te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten onder andere wordt verstaan: de rioolrechten, heffingen voor het verzamelen van afval, de onroerende zaakbelasting, de opstalverzekering en het eigenaardeel van de waterschapslasten. hoofdverblijf een woning of wooneenheid zoals bedoeld in artikel 1:11 van het Burgerlijk Wetboek waar de belanghebbende zijn woonstede heeft, of bij gebreke daarvan de plaats van zijn werkelijk verblijf, zoals bedoeld in boek 1, titel 3 van het Burgerlijk Wetboek. hoofdbewoner de eigenaar van de woning die tevens zijn hoofdverblijf heeft in die woning, dan wel degene die als enige een huurovereenkomst heeft met de niet in de woning wonende eigenaar. zorgbehoefte er is sprake van zorgbehoefte in het geval een opname in een inrichting ter verpleging of verzorging noodzakelijk zou zijn, wat voorkomen wordt doordat de zorgbehoevende woonachtig is bij een ander 3.. Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die 27 jaar of ouder is en die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.. Een gezamenlijke huishouding wordt, zoals omschreven in artikel 3, vierde lid van de wet in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag van bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage in de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of zij op grond van een registratie als genoemd in het ‘Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding’ worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel