Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 1 › paragraaf 1.4

Artikel 11 de

vaststelling van de subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005

1.. Binnen 13 weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 10 neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie. 2.. Het college van burgemeester en wethouders weigert vaststelling en uitbetaling van de subsidie, indien de gereedmelding: onvolledig is; in strijd is met deze verordening. 3.. Het college van burgemeester en wethouders kan een besluit als bedoeld in het eerste lid eenmaal met 4 weken verdagen voor zover de controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft. 4.. Bij de verdaging als bedoeld in het vorige lid doet het college van burgemeester en wethouders daarvan melding aan de subsidieontvanger. 5.. Indien zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid onder a. of b., is het college van burgemeester en wethouders in daarvoor naar zijn mening in aanmerking komende gevallen bevoegd tot lagere vaststelling. 6.. Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het college van burgemeester en wethouders aanvaarde en goedgekeurde uitvoeringskosten met als maximum het bij de verlening van subsidie toegekende bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel