Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 2 › paragraaf 2.2

Artikel 29 verlenen

van subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005

1.. Het college van burgemeester en wethouders verbindt aan de subsidieverlening de voorwaarden dat: de werkzaamheden binnen 12 weken na de bij het besluit tot verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder schriftelijke mededeling hiervan aan het college van burgemeester en wethouders aan de door het college van burgemeester en wethouders met controle belaste personen: ► toegang wordt verleend tot het pand of object; ► inzage wordt verleend in de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; ► overige op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens worden verstrekt; ► gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de werkzaamheden en de betreffende gegevens; de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid, worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele onderaannemers; de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent, waarin hij verklaart dat hij het object dat is geplaatst op de gemeentelijke lijst van jongere bouwkunst, na het gereedmelden van de werkzaamheden behoorlijk zal onderhouden. 2.. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het terugvorderen van een verstrekte subsidie indien de eigenaar van een object dat is geplaatst op de gemeentelijke lijst van jongere bouwkunst, waarvoor op basis van artikel 24, lid 1 subsidie is verleend, nalaat het object naar behoren te onderhouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel