Bij de beoordeling van de op grond van artikel 48 ingediende subsidieaanvragen, houdt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval rekening met:
de mate waarin het project bijdraagt aan deextra vermindering van de CO2-uitstoot, rekening houdend met ten opzichte van de
bestaande praktijk en de wettelijke normen;
het feit of sprake is van een ongedekt tekort of van een onrendabele top van de investering en met de omvang van het tekort of van de onrendabele top;
de aansluiting van het project op het uitvoeringsprogramma klimaatbeleid 2003-2006;
de effecten van het project op het terrein van woonkwaliteit, veiligheid en leefbaarheid;
de mate waarin bij een project sprake is van innovatie;
de mate waarin sprake is van collectiviteit van de aanvraag;
de uitstraling van het project.
hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6 -
Artikel 56
beoordelingscriteria
Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005