Naar hoofdinhoud
1. De feitelijke arbeidsduur is per periode aan een maximum gebonden volgens het bepaalde in artikel 4:1 en 4:2 van de CAR/UWO en volgens de bepalingen in de Arbeidstijdenwet. 2. De feitelijke arbeidsduur per week kan afwijken van de formele arbeidsduur per week doordat de deelnemer. 40 uur per week werkt volgens een spaarovereenkomst op basis van artikel 4:3 CAR/UWO; Minimaal 30 uur per week en maximaal 42 uur per week werkt bij een volledige betrekking overeenkomst artikel 4:1 lid 1 CAR/UWO. 3. De feitelijke arbeidsduur per jaar bij een volledige betrekking van 36 uur bedraagt ten hoogste 1836 uren, behoudens bij toepassing van de spaarovereenkomst en bij wijzigingen in nationale of lokale feestdagen. 4. De arbeidsduur per periode wordt bij een deeltijdbetrekking naar rato van voorgaande leden van dit artikel vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel