Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 8

Benoeming en zittingsduur leden van de raad

Onderdeel van Verordening Cliëntenraad Participatiewet Schiedam 2009

De leden van de raad worden benoemd door het college op voordracht van de raad. Voordat leden worden benoemd kan een proefperiode van drie maanden worden afgesproken. In deze proefperiode gelden de bepalingen omtrent garantstelling en geheimhouding zoals bedoeld in artikel 16 van deze verordening. De raad beslist of de kandidaat na afloop van de proefperiode wordt voorgedragen voor benoeming. Deze beslissing is gebaseerd op de vergaderhouding en taken die van een lid mogen worden verwacht en zijn opgenomen in artikel 12. Het lidmaatschap van de raad is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad, het college, burgerlidmaatschap van een raadscommissie of werknemerschap van de gemeente Schiedam op basis van een ambtelijke aanstelling. De leden worden benoemd voor een periode van vier kalenderjaren plus drie maanden en kunnen eenmalig worden herbenoemd voor een zelfde periode. In afwijking van lid 4 kan het college besluiten om, na het bereiken van de maximale zittingsduur, de zittingsduur van een lid voor een nader te bepalen periode te verlengen in het geval dat niet kan worden voorzien in vervanging van dat lid. Totdat nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden blijven leden hun functie waarnemen. Indien het aantal kandidaten dat zich beschikbaar stelt niet leidt tot het benodigde aantal leden worden cliënten en belangenorganisaties schriftelijk benaderd om kandidaten beschikbaar te stellen. Bij vervulling van tussentijdse vacatures worden door een verkiezingscommissie, gevormd door de voorzitter, de adviseur en twee leden van de raad, met kandidaten gesprekken gevoerd. De raad draagt, op voorspraak van de verkiezingscommissie, de kandidaat-leden voor ter benoeming door het college. Eindigt de hoedanigheid, waaraan een lid zijn benoeming ontleent, dan houdt hij op lid van de raad te zijn. De benoeming ter voorziening in tussentijds opengevallen plaatsen, geschiedt bij voorkeur binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature. Indien een meerderheid van de raad van mening is dat een lid zich stelselmatig aan zijn verplichtingen onttrekt kan zij besluiten dat lid voor royement voor te dragen aan het college. De cliënten die zitting nemen in de raad zijn gehouden aan de rechten en plichten die onlosmakelijk zijn verbonden met de uitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel