Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand (WWB)

1. De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen. 2. De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen. 3. Voor de toepassing van lid 2 worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen vanaf 18 jaar met een inkomen dat gelijk is of lager is dan 55% van de gehuwdennorm. verzorgingsbehoevenden en verzorgenden, tussen wie een eerste- of tweedegraads bloedverwantschap bestaat; asielzoekers die buiten een opvangcentrum gehuisvest zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel