Naar hoofdinhoud
1.. De gemeenteraad kan de aanvraag zonder onderzoek en advies als bedoeld in Hoofdstuk III wegens kennelijke ongegrondheid afwijzen onder meer indien en voor zover het duidelijk is dat: kennelijk geen rechtstreeks gevolg bestaat tussen het project en het door aanvrager gestelde nadeel; het nadeel op grond van een andere regeling op voldoende wijze kan worden weggenomen; aanvrager lijdelijk het door het project veroorzaakte nadeel heeft afgewacht, terwijl hij het ontstaan daarvan had kunnen voorkomen door het treffen van maatregelen, die redelijkerwijze van hem mochten worden verwacht; het nadeel kennelijk niet het maatschappelijk aanvaardbaar risico van de aanvrager zodanig overschrijdt, dat dit alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen redelijkerwijs niet te zijner laste behoort te blijven. 2.. De gemeenteraad kan een aanvraag zonder onderzoek en advies als bedoeld in Hoofdstuk III wegens kennelijke gegrondheid toewijzen.

Rechtspraak bij dit artikel