**1..** Een aanvraag tot compensatie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, moet uiterlijk binnen een periode van één jaar na de realisering van het project worden ingediend. Indien een aanvraag na het verstrijken van deze termijn wordt ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest.
**2..** De aanvraag bevat naast hetgeen op grond van artikel 4:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is vereist tenminste:
een nadere aanduiding van het rechtstreeks gevolg, dat volgens de aanvrager bestaat tussen het project en het door hem gestelde nadeel;
een opgave van de aard en de omvang van het gestelde nadeel, alsmede de daarbij behorende bewijsstukken;
een omschrijving van de wijze waarop het nadeel naar het oordeel van de aanvrager dient te worden gecompenseerd en, indien een financiële compensatie wordt aangevraagd, een opgave van het bedrag dat naar het oordeel van de aanvrager dient te worden vergoed.
**3..** De termijn als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, waarbinnen de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld zijn verzuim te herstellen, bedraagt vier weken na verzending van de brief waarin hem op het verzuim is gewezen.
**4..** Voor zover een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op planschade als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, wordt die aanvraag als zodanig in behandeling genomen.
HOOFDSTUK II
Artikel 4