**1..** De gemeenteraad wijst op voordracht van burgemeester en wethouders stadsgezichten aan en plaatst deze vervolgens op de gemeentelijke lijst van stadsgezichten, indien deze stadsgezichten naar zijn oordeel voor bescherming in aanmerking komen vanwege stedenbouwkundige, architectuur-historische en cultuurhistorische waarden. Deze waarden zullen worden vastgelegd in een beschermend bestemmingsplan.
Bij het besluit wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan kunnen worden aangemerkt. De aanwijzing omvat een topografische kaart op een schaal van ten minste 1 op 1000 waarop de gebieden zijn aangegeven welke zijn aangewezen, alsmede een toelichting welke de aanwijzing motiveert.
**2..** De gemeenteraad kan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk intrekken en vervolgens deze stadsgezichten geheel of gedeeltelijk van de gemeentelijke lijst van stadsgezichten afvoeren. Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de kaart en toelichting is van overeenkomstige toepassing.
**3..** Een voordracht tot een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid of een intrekking als bedoeld in het tweede lid ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage.
**4..** De burgemeester maakt de terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:12 lid 1 van de AWB bekend. Tevens wordt van het besluit tot aanwijzing of de intrekking van de aanwijzing mededeling gedaan in de Staatscourant en aan de Raad voor het cultuurbeheer en gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
**5..** Binnen vierentwintig weken na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn beslist de raad over een voordracht als bedoeld in het derde lid.
**6..** Het besluit tot een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid of een intrekking als bedoeld in het tweede lid wordt voor een ieder ter inzage gelegd.
**7..** De burgemeester geeft kennis van de ter-inzage-legging aan de Raad voor het cultuurbeheer en gedeputeerde staten van Zuid-Holland.