Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van Monumentenverordening Den Haag

1.. Burgemeester en wethouders stellen de plaatsen die zij van archeologisch belang vinden, voorlopig vast. 2.. Alvorens tot de voorlopige vaststelling als bedoeld in lid 1 over te gaan, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Binnenstad en Monumenten. 3.. De beschikking als bedoeld in lid 1 wordt gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegd. 4.. De burgemeester doet van de ter-inzage-legging als bedoeld in lid 3 onverwijld mededeling in een of meer dag- en nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Tevens geeft hij kennis van het besluit aan de minister belast met de monumentenzorg. 5.. Gedurende de in lid 3 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bezwaren indienen bij burgemeester en wethouders. 6.. Na afloop van de in lid 3 genoemde termijn beschikken burgemeester en wethouders over de definitieve vaststelling van de archeologisch belangrijke plaatsen. 7.. De beschikking als bedoeld in lid 6 wordt overeenkomstig het bepaalde in lid 4 bekend gemaakt. 8.. Met ingang van de datum waarop de mededeling als bedoeld in lid 4 heeft plaatsgevonden tot aan het moment van de beschikking als bedoeld in lid 6, is artikel 19 van overeenkomstige toepassing. 9.. De in dit artikel beschreven procedure is van overeenkomstige toepassing op de beschikking een plaats van de archeologische lijst af te voeren. 10.. De archeologische lijst ligt voor een ieder bij de gemeentelijke Dienst Stadsbeheer, hoofdafdeling archeologie, ter inzage.

Rechtspraak bij dit artikel