Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 14

Artikel 14.2

Nadere begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1995

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1. beleggingsrente: de rente die, gedurende de termijn waarvoor de subsidie, als bedoeld in artikel 14.1.2, wordt verleend, wordt vergoed; 2. financieringsplan: een door een, door burgemeester en wethouders erkende, deskundige opgesteld plan waarin de dekking wordt aangegeven van de uit de uitvoering van het onderhoudsplan voortvloeiende kosten; 3. onderhoudsfonds: het door de vereniging vastgelegd kapitaal voor het plegen van onderhoud, dat door of namens de vereniging wordt beheerd en waaruit uitsluitend ten behoeve van het plegen van onderhoud gelden kunnen worden onttrokken; of het door een eigenaar van een woning, welke woning geen onderdeel uitmaakt van een in appartementen gesplitst gebouw, vastgelegd kapitaal voor het plegen van onderhoud en waaruit uitsluitend ten behoeve van het plegen van onderhoud gelden kunnen worden onttrokken; 4. onderhoudsplan: een door een, door burgemeester en wethouders erkende, deskundige opgesteld plan op basis van een woningopname waarin de verwachte noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden en de daarbij behorende verwachte kosten worden beschreven in de eerstkomende 5, 10 of 15 jaar; 5. woningopname: een door een, door burgemeester en wethouders erkende, deskundige opgesteld rapport (bouwkundig opnamerapport BOR) waarin de onderhoudsstaat van de woning wordt beschreven, de werkbeschrij-ving is opgenomen en waarin in ieder geval wordt vermeld welke gebreken aanschrijvingswaardig zijn; 6. vereniging: de vereniging van eigenaars (VvE), als bedoeld in artikel 5:124 van het Burgerlijk Wetboek; 7. bouwdeel: een staalconstructie in gevels (zoals bijvoorbeeld bij balkons, erkers en lateien) dan wel een, in het wijkplan of bij besluit van burgemeester en wethouders, benoemd bouwtechnisch onderdeel van een woning dat voor de aanvullende subsidie voor bouwdelen in aanmerking kan komen; 8. woning: in aanvulling op artikel 1.1 lid 15: - welke woning niet in eigendom is van de gemeente of van een toegelaten instelling; - woningen van de gemeente of van toegelaten instellingen, die in het kader van de stadsvernieuwing zijn aangekocht worden voor de toepassing van dit hoofdstuk beschouwd als woning; 9. vroeg na-oorlogse woning: een woning die is gebouwd in de periode 1945 tot 1970; 10. bedrijfsruimte: een gedeelte van een pand, dat niet kan worden aangemerkt als woning en dat naar de aard van de ruimtelijke indeling is bestemd voor de uitoefening van een bedrijf en dat deel uitmaakt van een gebouw met woningen dat in appartementsrechten is gesplitst en behoort tot het eigendom van de vereniging van eigenaars; 11. wijkplan: een door de gemeenteraad vastgesteld wijkverbeteringsplan waarin een aantal verschillende maatregelen voor verbetering van de wijk zijn opgenomen. 12. onderhoudsstimu-leringsgebied: een door de gemeenteraad aangewezen gebied, Supplement (Ver)Beter Den Haag bijlage 2; 13. intensief beheergebieden: een door de gemeenteraad aangewezen gebied; Supplement (Ver)Beter Den Haag bijlage 2; 14. voormalig stads-vernieuwingsgebied: in de periode van 1982 tot 1994 aangewezen stadsvernieuwingsgebieden, Supplement (Ver)Beter Den Haag bijlage 2; 15. vroeg na-oorlogsgebied: een door de gemeenteraad aangewezen gebied, Supplement (Ver)Beter Den Haag bijlage 2; 16. Centraal Vernieuwings- en Pioniersgebied : gebieden als genoemd in de nota De kracht van Den Haag (3.2.2.); 17. nulbeurt: het in één keer uitvoeren van het aanschrijvingswaardig onderhoud, zoals dat is vastgesteld in het bouwkundig opnamerapport onder jaar één, te weten de reeds aanwezige aanschrijvingswaardige gebreken én onder jaar twee, te weten het onderhoud dat de eerstkomende vijf jaar aanschrijvingswaardig zal worden; 18. begeleiding nulbeurt: het aanvragen en beoordelen offertes, onderhandelen daarover, begeleiding van de uitvoering, controle op: - kwaliteit van materialen, -werkwijze, -uitvoering, - eindproduct en controle op de oplevering; 19. intensief beheer: in opdracht van burgemeester en wethouders wordt een bouwkundig opnamerapport gemaakt. De eigenaren worden gestimuleerd het onderhoud aan de woningen uit te voeren. Indien niet tot uitvoering wordt overgegaan wordt het aanschrijvingsinstrument ingezet. 20. aanschrijvings-waardige gebreken: gebreken die zijn genoemd in het Supplement (Ver)Beter Den Haag, bijlage 4 Basisonderhoudsniveau, onder 1 Basisniveau.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel