**1..** De gemeenteraad wijst de gebieden aan waarop het bepaalde in artikel 14.1 van toepassing is. (zie rb 332 IX /2001).
**2..** Bij de aanwijzing, als genoemd in het eerste lid, maakt de gemeenteraad onderscheid in, onderhoudsstimuleringsgebieden, intensief beheergebieden, voormalige stadsvernieuwingsgebieden en vroeg-naoorlogse gebieden.
**3..** Bij de aanwijzing, als bedoeld in het eerste lid, kan de gemeenteraad de tijdsduur aangeven waarvoor de aanwijzing geldt.
**4..** Geen subsidie, als bedoeld in artikel 14.1 wordt verleend voor woningen, die op of na 1 januari 1994:
volgens het bepaalde in artikel 4.3 zijn of worden aangewezen als woningen, waarvoor voor het treffen van niet-ingrijpende voorzieningen subsidie kan worden verleend;
volgens het bepaalde in de Stadsgewestelijke verordening woninggebonden subsidies 1995 en 1998 en de Verordening woninggebonden subsidies 1995 zijn of worden aangewezen als woningen, waarvoor voor het treffen van ingrijpende voorzieningen subsidie kan worden verleend en woningen, waarvoor buiten de aanwijzing, subsidie voor het treffen van voorzieningen is verleend.
**5..** vervallen
**6..** Geen subsidie, als bedoeld in artikel 14.1 wordt verleend voor een complex vroeg-naoorlogse woningen van één eigenaar.
**7..** Het bepaalde in artikel 14.1 is voor de onderhoudsstimulerings-, vroeg-naoorlogse- en voormalige stadsvernieuwingsgebieden slechts van toepassing voor de door burgemeester en wethouders aangewezen complexen.
**8..** Burgemeester en wethouders wijzen jaarlijks de complexen, als bedoeld in het zevende lid, slechts aan voor de intensief beheer aanpak.