Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 6.

Artikel 2.18

Artikel 2.18

Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1995

1.. Zolang de subsidie nog niet is vastgesteld kunnen burgemeester en wethouders een besluit tot verlening van subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken, indien: de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; een subsidie op grond van deze verordening is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens en gebleken is dat deze zodanig onjuist of onvolledig waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; de subsidieverlening onjuist was, en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten; de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden. 2.. Indien subsidie is vastgesteld kunnen burgemeester en wethouders het besluit tot vaststelling van subsidie herzien en kunnen zij een reeds betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk met vergoeding van de wettelijke rente terugvorderen, indien: de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten; indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling heeft gehandeld in strijd met aan de subsidie verbonden voorwaarden; zich feiten en omstandigheden hebben voorgedaan waarvan zij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening had kunnen worden vastgesteld. 3.. Zolang de subsidie nog niet is vastgesteld herzien burgemeester en wethouders hun besluit tot verlenen van subsidie in ieder geval, indien de aanvrager van de subsidie meldt dat de bouw geen doorgang zal vinden.

Rechtspraak bij dit artikel