Burgemeester en wethouders verlenen slechts subsidie indien:
het bouwplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders sober en doelmatig is;
is voldaan aan hetgeen bij of krachtens het verdeelbesluit en in de uitgangspunten voor het subsidiebeleid, als bedoeld in artikel 1.7, is bepaald;
(vervallen);
niet reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden zonder hun instemming;
een tijdsplanning wordt overgelegd en deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is;
de woning of de bedrijfsruimte waaraan de voorzieningen worden getroffen niet bestemd is om binnen een periode van tien jaar te worden afgebroken.