Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1.
onderhoudsplan:
een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden aan het casco van de woning, die gedurende een periode van 12 jaar nodig worden geacht, om het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven;
2.
particuliere huurwoning:
huurwoning, welke niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling. Woningen van de gemeente of van toegelaten instellingen, die in het kader van de stadsvernieuwing zijn aangekocht, worden voor de toepassing van deze verordening beschouwd als particuliere huurwoningen;
3.
eigenaar:
de juridisch eigenaar alsmede degene die op grond van artikel 1.2., lid 1, mede onder eigenaar wordt verstaan;
4.
convenant:
de overeenkomst tussen een eigenaar-verhuurder en de gemeente Den Haag, waarbij de eigenaar zich heeft verbonden om in gebieden waar specifieke subsidies voor planmatig onderhoud bestaan het onderhoud actief ter hand te nemen;
5.
50%-regeling:
regeling van toepassing voor woningen en bedrijfsruimten van eigenaren:
-
waarvoor een convenant met de gemeente van toepassing is; en
-
waarvoor bij de aanvraag om de subsidie is verzocht om 50% van de subsidie als bedoeld in artikel 4.9, eerste lid;
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2
Nadere begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1995