Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf Paragraaf 2.4

Artikel 16

Instemming bouwplannen en begroting; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 1997

1.. Met betrekking tot voorzieningen als bedoeld in artikel 15 dient de aanvrager met inachtneming van de eventueel hierover op grond van het overleg als bedoeld in artikel 15 gemaakte afspraken, voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht de bouwplannen, de bouwvergunning indien benodigd, de desbetreffende begroting, ter instemming in bij het college. Indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, overlegt de aanvrager met inachtneming van de eventueel hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15 aan het college tevens minimaal drie aan de aanvrager uitgebrachte offertes of inschrijvingsbiljetten voor de uitvoering van de voorziening. Voor de vaststelling van het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening is de offerte of het inschrijvingsbiljet met de laagste prijsstelling bepalend. 2.. Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Binnen twee weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting, deelt het college de beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager. 3.. Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden waaronder begrepen de ontwikkeling van het leerlingenaantal ten tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van het college ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking. 4.. Het bepaalde in het eerste, het tweede en derde lid vindt in ieder geval geen toepassing indien het voorzieningen betreft die op het programma zijn opgenomen tot en met een bedrag van € 50.000,00. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager door het verstrekken van een algemene uitvoeringsbeschikking. 5.. De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 6.. Het college kan bij het nemen van een beslissing als bedoeld in het tweede en het vierde lid besluiten een slottermijn vast te stellen en aan de betaalbaarstelling van de slottermijn voorwaarden te verbinden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel