**1..** Het college kan overgaan tot het in medegebruik geven van dan wel vordering van een gedeelte van een gebouw of terrein, bestemd voor een school indien:
er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in artikel 6 of artikel 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft ingediend;
het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;
er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of instelling gangbare berekeningswijze en
er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;
er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een school.
**2..** Het college gaat niet over tot het in medegebruik geven van dan wel vordering, indien de te verwijzen school reeds in twee locaties met tenminste twee groepen per locatie medegebruik toegewezen heeft gekregen.
**3..** Het college gaat niet over tot in medegebruik geven dan wel vordering, indien het bevoegd gezag van de school, waarvan een gedeelte van het gebouw wordt gevorderd aan de hand van een prognose die voldoet aan de vereisten van bijlage II kan aantonen dat binnen een termijn van 4 jaren de te vorderen ruimte weer benodigd zal zijn voor het onderwijs aan de eigen school.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf Paragraaf 5.1
Artikel 29
Aanduiding omstandigheden
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 1997