**1..** Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per geval.
**2..** De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, Deel B.
**3..** Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a sub 1, 2, 5, 6, 7, en onder b, voor zover het aanpassingen als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen betreft, f en onder g. De niet in de eerste volzin genoemde voorzieningen, als mede voor zover noodzakelijk de toeslag voor sloopkosten en de kosten voor herstel van terreinen/bouwrijp maken ten behoeve van het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs en de toeslag sloopkosten ten behoeve van het voortgezet onderwijs, worden vergoed op basis van feitelijke kosten.
**4..** Indien er voor de voorzieningen als bedoeld in artikel 2 onder a sub 1 en sub 2 aantoonbaar sprake is van extra, locatiegebonden bouwkosten kan het college op verzoek van het bevoegd gezag besluiten een opslag te verstrekken boven de geldende normbedragen. Voor het indienen van een dergelijk verzoek is hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4
Vaststelling vergoeding voorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 1997