Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a. actiegebied: een in het kader van de stadsvernieuwing of wijkverbetering door burgemeester en wethouders aangewezen gebied; b. toegelaten instelling: toegelaten instelling krachtens artikel 70 van de Woningwet; c. voorzieningen: maatregelen waarvoor subsidie wordt verleend in de kosten op grond van de Verordening woninggebonden subsidies 1995 en de Stadsgewestelijke verordening woninggebonden subsidies 1995; alsmede maatregelen in de na-oorlogse woningvoorraad waarvoor door burgemeester en wethouders een bijdrage in de onrendabele top uit het Volkshuisvestingsfonds wordt verleend aan toegelaten instellingen; en maatregelen voor het treffen van niet-ingrijpende voorzieningen door Woningbeheer NV; d. kosten van voorzieningen: kosten voor maatregelen als bedoeld onder c. van dit artikel; e. woning: woonruimte met een eigen toegang en waarbij de bewoner(s) niet afhankelijk is/zijn van wezenlijke voorzieningen, welke buiten de woonruimte zijn gelegen; f. onzelfstandige woonruimte: een gedeelte van een woning dat niet afzonderlijk tot zelfstandige bewoning is bestemd, omdat de bewoner(s) afhankelijk is/zijn van wezenlijke voorzieningen, welke buiten dat gedeelte van de woning zijn gelegen; g. huurwoning: een woning waarvoor de gebruiker een vergoeding is verschuldigd aan de zakelijk gerechtigde, of ten aanzien waarvan de gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan; h. particuliere huurwoning: huurwoning, welke niet in eigendom is van de gemeente, een toegelaten instelling of Woningbeheer NV; i. huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; j. bewoner: degene die een woning daadwerkelijk bewoont en in het bevolkingsregister op deze woning staat ingeschreven; k. huurder: bewoner, die krachtens huurovereenkomst een huurwoning dan wel onzelfstandige woonruimte bewoont; l. onbewoonbaar verklaarde woning: woning welke op grond van artikel 29 van de Woningwet onbewoonbaar is verklaard; m. woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een stand-plaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; n. standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; o. caravan: caravan of kampeerwagen, een verblijfsaccommodatie, niet zijnde een woonwagen, bestemd om te worden gebruikt voor tijdelijk recreatief verblijf; p. grote woning: een woning die minimaal bestaat uit vijf kamers, met minimaal 96 m2 gebruiks-oppervlakte, waarvan de huur is vastgesteld onder de individuele huursubsidie-grens; q. gebruiksoppervlakte: het totaal van de tussen de omsluitende wanden gelegen vloeroppervlakte van de ruimten in een woning, berekend volgens de norm NEN 2580; r. casco-aanpak: onderhoud aan de buitenkant van de woning, en/of de constructie van de woning, waaronder vallen: dak, gevels,uitbouwen, balkons, dragende elementen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel