In deze regeling wordt verstaan onder

a.

seksuele intimidatie:

ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van een van de volgende punten:

1.

onderwerping aan dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van een medewerker;

2.

onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een medewerker wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van deze medewerker raken;

3.

dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een medewerker aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft tot gevolg dat de werkprestaties van een medewerker worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.

b.

discriminatie:

1.

het maken van direct dan wel indirect onderscheid;

onder direct onderscheid wordt verstaan:

onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;

onder indirect onderscheid wordt verstaan:

onderscheid op grond van andere hoedanigheden of gedragingen dan hiervoor bedoeld, dat direct onderscheid tot gevolg heeft;

2.

het zich mondeling of bij geschrift of afbeelding beledigend uitlaten over personen of groepen van personen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;

3.

gewelddadig optreden tegen personen of groepen van personen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat; voorzover de gedraging onder 1, 2 of 3 enige relatie met de werksituatie heeft.

c.

decentrale vertrouwenspersoon:

de functionaris, als bedoeld in artikel 4;

d.

centrale vertrouwenspersoon:

de functionaris, als bedoeld in artikel 9;

e.

klachtencommissie:

de commissie, als bedoeld in artikel 16;

f.

medewerker:

een ieder, die werkzaam is of is geweest bij de gemeente, met uitzondering van degene, op wie de onderwijsrechtspositie van toepassing is.