Niet van toepassing is het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelroolijn met betrekking tot;
buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen;
buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, indien de afstand tot de zijdelingse grens van het erf ten minste 20 m bedraagt;
onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of uitbouw, als bedoeld in artikel 2, onder a, van het Besluit bouwwerken;
onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrij-pende aard, als bedoeld in de artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken;
andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, te weten:
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, voor zover zij de achtergevel-rooilijn met niet meer dan 0,12 m overschrijden;
gevel- of kroonlijsten en overstekende daken;
stoepen, trappen, terrassen en bordessen, een en ander voor zover niet hoger dan 1 m boven straatpeil en met geen grotere overschrijding van de achtergevelrooilijn dan 1,5 m;
funderingen, kelderingangen en koekoeken;
erfafscheidingen;
hijsinrichtingen aan bouwwerken;
putten, leidingen en goten voor de afvoer of de verzameling van water en rioolstoffen;
antennes, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e en f, van het Besluit bouwwerken.’
HOOFDSTUK 2 › § 5
Artikel 2.5.13
Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening