Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet van toepassing op:
onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken;
andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, te weten:
stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voor zover zij de grens van de weg niet overschrijden;
plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer dan 0,12 m bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden;
gevel- en kroonlijsten, dakgoten en overstekende daken, mits zij de voorgevelrooilijn met niet meer dan 0,5 m overschrijden en niet lager zijn aangebracht dan:
4,2 m boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 m langs een rijweg;
2,2 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder a genoemde strook.
HOOFDSTUK 2 › § 5
Artikel 2.5.7
Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening