**1..** Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een gebruiksvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houden burgemeester en wethouders de beslissing aan indien:
voor hetzelfde bouwwerk een bouwvergunning verband houdend met het voorgestane gebruik, danwel een ontheffing op grond van de leefmilieu-verordening in de zin van de Wet op de Stads- en dorpsverniewing, danwel een vrijstelling tot gebruikswijziging als bedoeld in artikel 352 van de bouwverordening, danwel een toestemming op basis van het vigerende bestemmingpan is vereist, en op de aanvraag om vergunning, danwel ontheffing, danwel wijziging van het gebruik nog niet is beslist;
voor hetzelfde bouwwerk een vergunning tot woningonttrekking op grond van de Huisvestingsverordening is vereist en op die aanvraag nog niet is beslist;
voor hetzelfde bouwwerk een besluit tot toepassing van bestuurdwang of opleggen van een last onder dwangsom dan wel een besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet is genomen wegens strijd met de voorschriften van het Bouwbesluit, als bedoeld in artikel 1b van de Woningwet, en deze binnen de in het eerste lid vermelde termijn is verzonden, doch aan dit besluit nog niet is voldaan;
aan het beoogde gebruik van het bouwwerk schriftelijke voorwaarden zijn gesteld en aan deze voorwaarden nog niet is voldaan.
**4..** De in het derde lid, onder a en b bedoelde aanhouding eindigt zes weken na de dag waarop de laatst van toepassing zijnde aanhoudingsgrond is vervallen.
**5..** De in het derde lid onder c bedoelde aanhouding eindigt de dag nadat burgemeester en wethouders schriftelijk hebben medegedeeld, dat het besluit op voldoende wijze is uitgevoerd.
**6..** De in het derde lid onder d bedoelde aanhouding eindigt nadat de voorwaarden ten genoegen van burgemeester en wethouders zijn uitgevoerd.