In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1.
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
2.
prostituée:
degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
3.
prostitutie bedrijf:
een voor het publiek openstaand bouwwerk, geheel of gedeeltelijk bestemd of in gebruik, voor het daarin uitoefenen van prostitutie;
4.
privé huis:
een prostitutiebedrijf waar door ten minste twee personen prostitutie wordt bedreven;
5.
seksclub:
een prostitutiebedrijf waarin, naast het bedrijven van prostitutie, tevens andere vormen van vermaak en amusement worden geboden en/of in een daarvoor bestemde of gebruikte ruimte anders dan om niet drank wordt verstrekt;
6.
raamprostitutiebedrijf:
een prostitutiebedrijf waarin door prostituees vanuit de vitrine de aandacht op het bedrijf wordt gevestigd;
7.
werkruimte:
een ruimte, al dan niet achter een raam of deur, waar de feitelijke seksuele dienstverlening door prostituees plaatsvindt;
8.
vitrine:
een al dan niet van de werkruimte deel uitmakende ruimte met één of meer ramen en/of deuren van waarachter de prostituée tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.
9.
gevelbeslag:
de open ruimte in de binnen- of buitengevel van een pand, waarin een raam dan wel deurkozijn zich bevindt.