Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 5

Artikel 2.5.11

Ligging van de achtergevelrooilijn

Onderdeel van Bouwverordening

1.. De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de voorgevelrooilijn. Voor een bouwperceel gelegen in zone 1, grenzende aan twee of meer wegen, wordt de voorgevelrooilijn, waaraan de achtergevelrooilijn evenwijdig moet lopen, door burgemeester en wethouders aangewezen. 2.. In zone 1 bevindt de achtergevelrooilijn zich op zodanige afstand van de voorgevelrooilijn, dat van de diepte van het bouwperceel, gemeten tussen de voorgevelrooilijn en de achtergrens, 7/10 gedeelte tussen genoemde rooilijnen is gelegen. Indien de achtergrens van het bouwperceel niet evenwijdig loopt aan de voorgevelrooilijn, geldt als diepte van het bouwperceel de gemiddelde afstand tussen de voorgevelrooilijn en de achtergrens, gemeten loodrecht op de voorgevelrooilijn. 3.. In de zone 2, 3 en 4 bevindt de achtergevelrooilijn zich: In een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen driehoekig, vierhoekig of regelmatig veelhoekig bouwblok op een afstand van de voorgevelrooilijn, gelijk aan 7/10 gedeelte in zone 2, 5,5/10 gedeelte in zone 3 en 8/10 gedeelte in zone 4 van de straal van de ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen, doch in zones 2 en 3 op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 m. Indien meer dan een ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen kan worden beschreven, geldt de grootste; In een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen bouwblok van andere dan een onder genoemde vorm op zodanige afstand van de voorgevelrooilijn als onder a aangegeven en vastgesteld op de wijze, als onder a bepaald, na herleiding van de vorm van het bouwblok tot een of meer onder a genoemde vormen, voor zover zij op zichzelf of gezamenlijk de vorm van het bouwblok het meest nabij komen, doch in de zones 2 en 3 op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 m.; In een slechts aan drie zijden bebouwd of te bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze drie zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn gelijk aan 7/20 gedeelte in zone 2, 5,5/20 gedeelte in zone 3 en 8/20 gedeelte in zone 4 van de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de beide zich tegenover elkaar bevinden de bebouwde of te bebouwen zijden van het bouwblok, doch in de zones 2 en 3 op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 m.; In een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen zijden bebouwd of te bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze twee zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn, gelijk aan 7/20 gedeelte in zone 2, 5,5/20 gedeelte in zone 3 en 8/20 gedeelte in zone 4 van de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de beide zich tegenover elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen zijden van het bouwblok, doch in de zones 2 en 3 op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 m.; In alle niet onder sub a, b, c of d genoemde gevallen op een afstand, welke wordt bepaald met inachtneming van de beginselen, welke zijn neergelegd in a t/m d van dit lid, doch op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter. 4.. Als nadere eis kan, in het belang van de toetreding van daglicht nabij hoekbebouwing, worden gesteld, hetzij dat die bebouwing geheel of gedeeltelijk op een in de eis aan te geven afstand van een of beide achtergevelrooilijnen verwijderd blijft, dan wel dat een strook van aan te geven breedte tussen een der achtergevelrooilijnen en de daarbij behorende voorgevelrooilijn en gelegen aan of nabij het verlengde van de achtergevelrooilijn onbebouwd blijft. De bevoegdheid tot het stellen van eerstbedoelde nadere eis geldt slechts ten aanzien van de hoekbebouwing tot aan de loodlijnen op de achtergevelrooilijnen getrokken op 5 m. afstand van het snijpunt der achtergevelrooilijnen. De bevoegdheid tot het stellen van de tweede bedoelde nadere eis geldt slechts voor een breedte van de onbebouwd te laten strook tot een zodanige afmeting, dat wordt voldaan aan artikel 2.5.22 lid 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel