Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 5

Artikel 2.5.17

Ruimte tussen bouwwerken

Onderdeel van Bouwverordening

1.. De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; niet toegankelijk zijn. Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het aangrenzende erf wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 2.. Bij een bebouwing bestaande uit vrijstaande of uit ten hoogste vier aaneengebouwde woningen, alsmede bij bebouwing, welke een overeenkomstig open karakter heeft, moet tussen een zijerfscheiding en een zijgevel een strook grond onbebouwd blijven, waarvan de breedte niet minder dan driekwart gedeelte van de hoogte van die zijgevel bedraagt. 3.. Niet van toepassing is het bepaalde in de leden 1 en 2 voor het geheel of voor een gedeelte vernieuwen of veranderen van een bouwwerk, mits de bestaande afwijking van de bepalingen niet wordt vergroot. 4.. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel