Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6A › § 2

Artikel 6A.2.4

Termijn van beslissing.

Onderdeel van Bouwverordening

1.. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een geschiktheidsverklaring binnen 13 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag voor een geschiktheidsverklaring voor ten hoogste 13 weken verdagen. Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houden burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag voor een geschiktheidsverklaring, mits zij de geschiktheidsverklaring niet moeten weigeren op grond van artikel 6A.2.6, aan, indien: Voor hetzelfde bouwwerk een omgevingsvergunning, dan wel een vrijstelling tot gebruikswijziging als bedoeld in artikel 352 van de bouwverordening, dan wel een projectbesluit, ontheffing of aanpassing van het bestemmingsplan is vereist, verband houdende met het voorgestane gebruik, en op de aanvraag om omgevingsvergunning, vrijstelling, projectbesluit, ontheffing of aanpassing bestemmingsplan nog niet is beslist. voor hetzelfde bouwwerk een vergunning tot woningonttrekking op grond van de Huisvestingsverordening is vereist en op die aanvraag nog niet is beslist. voor hetzelfde bouwwerk een aanschrijving is vereist wegens strijd met de voorschriften van het Bouwbesluit, de delen over bestaande bouwwerken, als bedoeld in artikel 1b van de Woningwet. aan het beoogde gebruik van het bouwwerk schriftelijke voorwaarden zijn gesteld en aan deze voorwaarden nog niet is voldaan. 4.. De in het derde lid, onder a en b bedoelde aanhouding eindigt zes weken na de dag waarop op de aanvraag om omgevingsvergunning, dan wel vrijstelling tot gebruikswijziging als bedoeld in artikel 352 van de bouwverordening, is beslist. 5.. De in het derde lid onder c bedoelde aanhouding eindigt de dag nadat burgemeester en wethouders schriftelijk hebben medegedeeld, dat de aanschrijving op voldoende wijze is uitgevoerd. 6.. De in het derde lid onder d bedoelde aanhouding eindigt de dag nadat burgemeester en wethouders schriftelijk hebben medegedeeld dat de voorwaarden ten genoegen van burgemeester en wethouders zijn uitgevoerd. 7.. In het geval dat meerdere aanhoudingsgronden, als bedoeld onder a, b en d, van toepassing zijn, eindigt de onder a, b en d bedoelde aanhouding, in afwijking van lid 4 en 6, de dag na de dag waarop de laatst van toepassing zijnde aanhoudingsgrond is vervallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel