Burgemeester en wethouders kunnen een geschiktheidsverklaring intrekken indien:
blijkt, dat zij de verklaring ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens hebben verleend.
blijkt dat de houder van de verklaring niet heeft voldaan of niet meer voldoet aan één of meer voorwaarde(n) van de geschiktheidsverklaring, als bedoeld in artikel 6A.2.1, tweede en/of derde lid, van deze verordening en/of niet meer voldoet aan het bepaalde in artt. 6A.3.1 t/m 6A.6.1.
van de verklaring geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de verklaring.
van de verklaring gedurende een periode van 26 weken of langer geen gebruik is gemaakt.
het belang op grond waarvan de verklaring is afgegeven dit vereist op grond van een verandering van inzichten en/of verandering van de omstandigheden, gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de verklaring, en het niet mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorwaarden dat belang voldoende te beschermen.
de omgevingsvergunning voor het bouwwerk waarvoor de geschiktheidsverklaring is aangevraagd en verband houdend met het gebruik als prostitutiebedrijf, is ingetrokken, geschorst of vernietigd.