**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een bouwwerk tussen de voor- en achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot het vlak;
dat het verticale vlak door de voorgevelrooilijn snijdt op de grootste krachtens artikel 2.5.20 toegelaten hoogte onder een hoek van 45 graden met het horizontale vlak, met dien verstande dat het bouwwerk niet mag uitsteken boven het horizontale vlak, dat op een afstand van 4 meter is gelegen boven de hiervoor bedoelde snijlijn;
in artikel 2.5.21., lid 1 genoemd, dat een hoek maakt met het horizontale vlak van onderscheidenlijk 60 graden, 60 graden en 30 graden.
**2..** Indien een bouwwerk een zijgevel heeft, welke gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag het bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak, dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de grootste krachtens artikel 2.5.22 toegelaten bouwhoogte en met het horizontale vlak een hoek maakt van 45 graden.
**3..** Op de in zone 1 gelegen grond, liggende tussen de zijgrens van een bouwperceel en de lijn, welke loodrecht op de voorgevelrooilijn is getrokken uit het snijpunt van die zijgrens en de voorgevelrooilijn, mag niet hoger gebouwd worden dan 3,2 meter.
HOOFDSTUK 2 › § 5
Artikel 2.5.23
Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening