Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 5

Artikel 2.5.20

Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn

Onderdeel van Bouwverordening

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24. bedraagt de grootste toegelaten hoogte van een bouwwerk in het vlak door de voorgevelrooilijn: in zone 1 en zone 4: 1,5 maal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de betreffende weg en 12 meter, indien deze afstand minder dan 8 m is; in zone 2: de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de betreffende weg; in zone 3: tweederde maal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de betreffende weg. Niet van toepassing is voorgaande bepaling op een hoekgebouw, dat ligt aan wegen, waarvan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde van de smalle weg tot de hoogte, welke aan de brede weg is toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek af gemeten, gelijk aan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen van de smalle weg, doch over geen grotere afstand dan 12 meter. 2.. De in lid 1 bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de betreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn. 3.. Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt, geldt ter bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in lid 1, de dichtstbij gelegen tegenoverliggende rooilijn. Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter plaatse van de onderbreking de verstverwijderde van de beide ter weerszijden van de ontbreking voorkomende rooilijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel