**1..** Indien de belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als wethouder de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij in het tijdvak van twaalf jaren dat direct aan zijn aftreden voorafgaat ten minste tien jaren wethouder is geweest, wordt de uitkering voortgezet tot het tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, de vaste commissie van advies en bijstand aan burgemeester en wethouders met betrekking tot personeelsaangelegenheden gehoord, de uitkering met inachtneming van artikel 7, onder a, b, c en e voor een door hen vast te stellen tijdvak voortzetten of verder voortzetten, indien de belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt, dat hij gedurende de tijd waarin hij uitkering heeft genoten, er ondanks voldoende pogingen niet in is geslaagd:
inkomsten te verwerven of te behouden uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen na zijn aftreden als wethouder of
inkomsten te verwerven of te behouden uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen in het jaar, onmiddellijk vooraf gegaan aan zijn aftreden als wethouder, dan wel
inkomsten te behouden uit of in verband met de betrekking, waarin hij gedurende zijn zittingstijd als wethouder op non-actief was gesteld, tot een bedrag, gelijk aan of meer dan 70% van het overeenkomstig artikel 5 aangepaste inkomen, dat hij laatstelijk voordat hij wethouder werd anders dan uit hoofde van een politiek ambt uit arbeid dan wel uit bedrijf genoot, en hij tevens aannemelijk maakt dat de toestand, waarin hij deswege is komen te verkeren, gevolg is van de omstandigheid dat hij de arbeid of het bedrijf, waaruit hij voordien inkomsten genoot, heeft opgegeven in verband met het aanvaarden van een politiek ambt.
AFDELING I
Artikel 3
Voortzetting van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van de gemeente Den Haag.