**1.** De norm voor gehuwden in wier woning een ander zijn hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander hun hoofdverblijf hebben en die de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen delen, wordt verlaagd met de helft van het in artikel 30, lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag.
**2.** In afwijking van lid 1 vindt geen verlaging plaats indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kunnen worden gedeeld.
**3.** Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met uitsluitend een bloedverwant in de eerste of tweede graad waarbij sprake is van zorgbehoefte tussen één van deze bloedverwanten en één van de gehuwden.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Niet alleenwonende gehuwden
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren Woensdrecht 2009